koenenwim.reismee.nl

Van Seattle via de San Juan Eilanden de bergen in

Hallo allemaal,

Hier het vervolg van onze reisimpressies.

De laatste dag in Seattle snuiven we meer lokale sfeer op. Wandelen naar de winkelstraat in onze wijk, Broadway. Een telefoonkaart kopen waar je ook iets aan hebt valt niet mee. Klanten met een buitenlandse telefoon kunnen geen gebruik maken van Verison. T-mobile verkoopt wel een abonnement, maar blinkt uit door de slechte dekking. Vreemd toch in zo'n modern land. Opvallen doe je op Broadway door de winkel, kerk of huis niet met de inclusieve vlag of kleuren uit te dossen.
's Avonds lopen we met de amateur zangelite van Seattle het operagebouw binnen voor een benefietconcert voor het vrouwen- en mannenkoor. Patti LuPone, alleen begeleid door een meesterlijke pianist, krijgt de zaal plat met haar Broadway-liedjes waarin conservatief VS het soms moet ontgelden.

Bij het ophalen van de auto belanden we op zondagochtend in een bomvolle metro met football-fans. Met enige weemoed laden we de bagage in de Audi Q5 Quattro; wonderlijke naamgeving. Anacortes in het noordwesten is de vertrekplaats van de ferry naar San Juan eiland. Onderweg doen we de Boeingfabrieken aan. Helaas worden er nog een rondleidingen gegeven, maar we mogen wel met kleine drones spelen. Supersonisch en milieuvriendelijk vliegen staat op de rol voor 2035-40, ambitieus.

De ferry vaart de volgende ochtend in vlagen dikke mist waardoor de dreun van de misthoorn om de minuut klinkt. Als de zon af en toe doorbreekt ontrolt zich een mysterieus eilandengebied. In Friday Harbour nemen we onze intrek in de Discovery Inn. Voor de middag reserveerden we de 'avontuurlijke walvistocht'. De tocht op de zodiac in een isolatiepak doet ons denken aan de echte avontuurlijke tocht in het zuidelijke deel van de Haida Gwai eilanden. Daar in het zwaarste oliegoed om enigszins droog te blijven. Hier schijnt de zon, maar de temperatuur daalt in de koude wind zo'n 20 graden. Warm worden we van een unieke speelpartij van een familie orka's. De vrouwelijke bioloog die uitleg geeft, heeft ook haar beste middag in weken. Koen wordt verrast met een Welkom in Canada sms. We blijken (met speciale vergunning) de in het verleden zeer betwiste grens te zijn overgestoken. Vreedzame Salish Indianenstammen die het eilandenrijk al duizenden jaren bewoonden, dreven handel met de in de 18e eeuw gelande Spanjaarden uit Mexico. Later werd het gebied interessant voor de Engelsen en de Amerikanen. In het grensverdrag van Oregon (1846) bleef de status van de eilanden onduidelijk wat tot vooral economische spanningen leidde. Toen een Amerikaan een wild Engels varken op zijn erf doodschoot vloog te vlam in de pan. De 'Pig War' werd na enkele jaren vreedzaam beslecht door bemiddeling van Keizer Wilhelm van Pruisen. Zo heeft de man ook nog iets goeds gedaan.

We genieten van de prachtige vergezichten als we de volgende dag een rondje eiland doen. In een informeel restaurant eten we gebakken oesters: bijzonder. We moeten toch eens vragen waarom de Amerikaanse restaurants heel vaak de groenten beperken tot het bakje coleslaw, terwijl de supermarkten vol liggen met verse groenten!

Op de ferry terug doemt ineens een prachtig vergezicht op met de besneeuwde top van Mount Baker. Het voelt een beetje alsof we van Terschelling naar het vaste land gaan. Daar wacht nog een rit van 1,5 uur naar het oostelijk gelegen dorp Concrete. Het is een gewone autorit, maar we stappen uit in een andere wereld die tot de eerste fysieke verbinding door de bergen geïsoleerd is geweest. We slapen in het oude dorp dat na een brand gedeeltelijk is herrezen in beton (vanwege de betonindustrie). In de avondschemering zien we de betonarchitectuur uit de jaren twintig. Het oude dorp ligt aan de nu stille Main Street. Door de verstilde schemering lopen we langs de gevels en zien aan de achterkant van het tweemanshoge houten beeld van een beer het openbare toilet getiteld: 'Bear Necessities'.

We laten het rivierenlandschap van de Skagit achter ons en tijgen steeds verder het park van de Noord Cascades in. Net als in Newfoundland zijn de puntige vulkanen ontstaan door aardplaten die over elkaar schuiven. Actief zijn die nog steeds: in 1980 barstte Mount St Helens vrij plotseling open met doden tot gevolg. Op aanraden van de vrouwelijke ranger in het bezoekerscentrum maken we twee korte hikes. Ze beëdigde eerst nog twee aspirant-rangers van rond de 8 jaar. De berenfilm maakte het heel duidelijk: een gevoerde beer is een dode beer. Helaas zijn sommige delen van het park afgesloten, omdat een beer aan mensen voedsel kwam en daardoor een gevaar voor anderen is. Het landschap met de bergen met de (vooralsnog) eeuwige sneeuw is adembenemend.

Ons volgende onderkomen, een cabin, staat in Winthrop. Net als de avond valt kijkt een nieuwsgierige ree naar binnen. Winthrop, een oud mijnstadje, heeft de bakens verzet nadat de laatste grote werkgever, defensie, de poorten sloot. De weg die we reden kwam in 1980 klaar en met vereende krachten werden oude panden gerestaureerd en nieuwe, in stijl van het oude westen, opgetrokken. Resultaat: een welvarend "Wild West" plaatsje drijvend op toerisme.
We zagen er tegen op: zo'n vijf uur rijden. De route naar Packwood blijkt echter grotendeels prachtig en landschappelijk zeer afwisselend. Van dichte bossen belanden we in een woestijnachtige omgeving. Opvallend dat dit de fruitschuur van de staat Washington is, met water van de Wenatchee rivier. Onderweg even relaxen in een antique mall voor de bakelietverzameling. Dichter bij Packwood stoppen we noodgedwongen bij een uitkijkpunt, omdat we stapvoets achter een zwaar beladen vrachtauto met fruit reden. Een prachtig oerlandschap wordt zichtbaar met een waterval. De besneeuwde top van Mount Reinier laat zich even zien voordat we aan de lange afdaling naar Packwood beginnen. We draaien het bos in waar onze cabin staat en komen bij een lekkere salade en een glas wijn bij.

Reizigersgroet,
Koen en Wim.

Van Maritiem Canada naar Seattle

Hallo allemaal,

Hier het vervolg van onze reisimpressies. We waren gebleven op de ferry van Newfoundland naar Nova Scotia.

Een overtocht van zes uur met kalme zee, een goed moment om het reisverslag verder te schrijven en foto's uit te zoeken. Een stevige warme driegangenlunch legt de bodem voor de tocht van 1,5 uur naar Baddeck, na het aanmeren in Sydney. We eten nog wat crackers, een croissant en fruit en gaan vroeg te bed, maar niet voordat we een verstandig besluit over de volgende dag hadden genomen. De volledige lus langs de randen van het 'Cape Breton Highlands National Park of Canada' zou alleen al zes uur rijden zijn, waarvan een behoorlijk deel berg op berg af. Omdat het één van de mooiste autoroutes zou zijn doen we de volgende dag een deel. Inwoners zijn hier Frans georiënteerd en hier kan Arcadie vrij letterlijk worden genomen. Het eerste deel dwars over het schiereiland van Cape Breton voert door een land van melk en honing. Hier geen waarschuwing voor overstekende Mouse of Caribou, maar voor koeien. De route langs de westkust wordt heuvelachtig en hier valt overal de lokale vlag (naast de Canadese) op: de Franse vlag met een extra ster bovenin links in het blauwe gedeelte. Het gedeelte in het park is prachtig en we keren bij Pleasant Bay, waar we een interessante kleine presentatie over de verschillende walvissen bekijken. De Co-op, die hier overal present is, levert de ingrediënten voor de salade. De omweg terug naar Baddeck leidt langs de enige single malt whisky distilleerderij van de America's: Glenora. Helaas geen rondleiding vandaag, maar we nipten wel even aan de malt die in vaten van ijswijn is gerijpt: Zeker niet slecht!. Na de salade pakken we onze uitdijende bezittingen weer in twee koffers en twee weekendtassen.

Onze laatste volle dag op Nova Scotia besteden we aan een bezoek aan het Bell museum in Baddeck. De plaats zelf blijkt heel charmant met veel mooie oude huizen. Bell is bij ons voornamelijk de uitvinder van de telefoon, maar de leraar op de dovenschool heeft zoveel meer gedaan. Net als zijn grootvader en vader gebiologeerd door de drang om de spreek- en leesvaardigheid van doven te verbeteren. De eerste draadloze communicatie verliep via lichtpulsen die op een silicium plaatje verschillende weerstanden veroorzaakten. Fraai is ook de eerste dictafoon. Het onderstel van een trapnaaimachine die de rol moest draaien en een slang met tuit om in te praten. Een aantal patenten bood hem de gelegenheid om in een eigen laboratorium en op zijn landgoed bij Baddeck te werken aan (water)vliegtuigen en aan zijn stichting voor doven. Was voor zijn vader de vroege dood van de twee broers van Alexander Graham Bell de reden om het gezondere Canada op te zoeken, hij verloor zelf twee zonen aan TBC. Verder een gelukkig leven met vrouw en twee dochters.
Bijna 2,5 uur over de Trans-Canada Highway (2-baans) naar Pictou aan de noordkust. Doel: het bekijken van de 'Hector', het in de Nederlanden gebouwde schip dat, hoewel gebouwd voor grote kustvaart, werd gekocht om migranten naar Nova Scotia te brengen. Een kleine tweehonderd Highland Schotten die aan hun armoede, veroorzaakt door de nederlaag bij Culloden, wilden ontsnappen door in 1773 een nieuw leven te beginnen. De verhalen zijn schrijnend, maar de meeste mensen overleefden de reis. Deze geschiedenis is nog steeds zeer levend getuige ook de teksten die we overal tegenkomen. Het valt op dat dit gedeelte, samen met Baddeck veel toerisme trekt. Nog ruim een uur rijden en de koffers zijn in het luchthavenhotel. De Jeep Grand Cherokee heeft ons als een trouwe knecht ruim 5600 km, ook in moeilijke omstandigheden, vervoerd en met enige weemoed nemen we afscheid. Onze eerste conclusie: blij dat we ook naar Newfoundland en Labrador zijn gegaan. We hadden deze authentieke delen van Maritiem Canada voor geen goud willen missen. Morgen de reis naar Seattle via Vancouver.

Twee vluchten, een Boeing 737 Max en een Havilant propeller, twee koffers waarvan er één niet meekomt. We kiezen ervoor om op de volgende vlucht (drie uur later) te wachten, dan zouden we alles weer compleet hebben. Wat hangen en een aantal kipnuggets verder brengt een taxi ons naar Capitol Hill in Seattle. Het blijkt een leuk appartement in een prachtige groene wijk en prima ontsloten door busvervoer. Na wat crackers moe naar bed en wonderwel (4 uur extra tijdverschil) goed geslapen (dus niet Sleepless in Seattle).
Seattle blijkt een prettige heuvelachtige stad met goed openbaar vervoer waarin iedereen de chauffeur groet bij binnenkomst en vertrek. Het 'waterfront' met de pieren en veel wegen blijken kort geleden op de schop te zijn of zijn dat geweest. De aanwezige zwervers worden in de zomer met rust gelaten en zitten tussen reizigers bij de bushalte of op de kinderspeelplaats en lijken meer geïntegreerd dan in veel andere Amerikaanse steden. Na de boodschappen verkennen we de pieren waar ook de ferry's naar andere stadsdelen vertrekken. Een fenomeen blijkt de Pikes Market. Groot geworden door Japanse boeren die begin 20e eeuw er hun waren verkochten, is het nu een labyrint van kleine winkels. Ook daar een leuke marktsfeer en gelukkig gooiden de visboeren geen vissen naar elkaar (schijnt te gebeuren), toen wij de gedroogde en gezouten kabeljauw kochten. Terug in onze wijk zien we de gezamenlijke groenten- en bloementuin.

We hebben soepele spieren door 'Nederland in Beweging' en de korte wandeling naar de bus die ons afzet bij het 'Museum of Flight'. Dit blijkt een verborgen parel met een schat aan historische vliegtuigen, ingedeeld naar tijd en gebruik (civiel/militair) en een beknopt maar boeiend (Amerikaans/Russisch) ruimtevaart gedeelte. Van houten 'vliegkistjes' tot de Concorde en de Boeing 777 en de 'Airforce One': het staat er allemaal. We lunchen bij de baan waar Boeing proefvluchten maakt.

De helft van de (geweekte) kabeljauw eten we in de vorm van Fish and Brewis, een Kerstavondspecialiteit in Newfoundland en Labrador. Hoewel vanuit sommige hoeken wat overschaduwd door wolkenkrabbers, staat de voor de wereldtentoonstelling van 1962 gebouwde 'Space Needle' er nog imposant bij. De reis naar boven levert een prachtig uitzicht op en een vreemd buikgevoel door de glazen vloer. Lunch met clam en scallop chowder (dikke vissoep) in Pikes Market. Een heen en weertje op de ferry naar Bainbridge levert prachtig zicht op de skyline van Seattle Op ons verzoek duikt een aardige dame bij 'Information' in de uit-agenda. Nog dezelfde ochtend bestelt Koen kaarten voor het benefiet concert voor het Seattle vrouwen- en mannenkoor. Patti Lupone, een legendarische (musical)zangeres, treedt op. Koen vereert de oudste kapperszaak van Pikes Market met een bezoek en komt er gesoigneerd vandaan.

De antique mall ligt er nu eenmaal en dus gaan we naar West Seattle met een snelbus. Dat blijkt een levendig en leuk stadsdeel. Lunch in het 'East Street Café' dat onderdeel is van een platenzaak Koen kiest voor de Culture Club Sandwich. Dat blijkt een overvloedige maaltijd. Gelukkig niet gekozen voor de Dolly Parton! Drie bakelieten servetringen en een inktpot rijker rijden we terug naar de stad waar we in het bezoekerscentrum een (indrukwekkend) beeld krijgen van het werk van de Bill en Melinda Gates Foundation. Veel jongeren worden (begeleid) uitgedaagd in het nemen van initiatief, hoe klein ook, om een positieve bijdrage te leveren aan de (wereld)samenleving. Thuis wordt de tweede helft van de kabeljauw in Newfoundlandse fishcakes verwerkt.

Morgen onze laatste dag in Seattle en dan begint onze road trip door de staten Washington en Oregon.

Reizigersgroet,
Koen en Wim.

Van Labrador via Quebec weer naar Newfoundland en terug naar Nova Scotia

Hallo allemaal,

Hier het vervolg van onze reisimpressies. We reizen van Labrador via Quebec weer naar Newfoundland en terug naar Nova Scotia.

Met zes personen stappen we aan boord van het kleine pendelbootje Trinity Pride dat ons in vijf kwartier over een kalme buitenbaai naar Battle Island en Battle Harbour brengt. Op de zeekaart krioelt het van de eilandjes en rotspartijen. Achter het grote baken ligt de beschutte haven. Daarachter ontvouwt zich de nederzetting die eens tot de belangrijkste vissers- en visbewerkingsplaatsen van de 6000 km lange kust van Labrador behoorde. In de 50-er en 60-er jaren voerde de Canadese overheid een actief beleid om inwoners van de tientallen vissers nederzettingen te concentreren in enkele dorpen. Labrador had zich kort daarvoor losgemaakt van het Verenigd Koninkrijk en was tot het Canadese gemenebest toegetreden. Omdat iedereen recht heeft op adequate transportverbindingen rezen de kosten de pan uit. Nadat de school ook op het vasteland werd geconcentreerd trokken de bewoners van Battle Harbour met zeer gemengde gevoelens naar Mary's Harbour. Generaties hadden in de zomer keihard gewerkt in de visvangst en visverwerking en in de barre winter, waarin vanwege ijsgang vaak geen verkeer met het vaste land mogelijk was, lief en leed gedeeld. De maritieme elementen kregen vat op Battle Harbour en de vele andere houten nederzettingen raakten vervallen. Aan de gemeenschappelijke eettafel vertelt een 'local', een dagje in de haven, dat er soms nog wel iets voor de jeugd werd georganiseerd. Het moratorium op de kabeljauwvangst in 1992 dreigde de doodklap voor de vissers in Mary's Harbour te worden. Oude sentimenten over Battle Harbour en o.a. de noodzaak van vervangend werk leidden tot het plan om de culturele en fysieke erfenis te conserveren en toegankelijk te maken. Zo ontstond de Battle Harbour Historic Trust waarin vroegere vissers en andere dorpelingen werk vonden. De haven en de huizen werden successievelijk hersteld en verhalen gecodificeerd.

De oorspronkelijke Merchants Inn ligt aan de rand van het dorp bovenop een rots uitkijkend over de oceaan. We blijken de enige tijdelijke bewoners van het oude houten huis (het kan ook druk zijn). Een lokale dame geeft ons een zeer persoonlijk ingekleurde en soms emotionerende rondleiding. Haar vader werkte in Battle Harbour en zij heeft de teloorgang meegemaakt. Een maand na haar moeders dood in februari van dit jaar solliciteerde zij bij de Trust. Ze kon niet beter op haar plaats zijn. In de zoutkeet waar de gefileerde kabeljauw in zout werd gelegd versterkt de geur de beelden. Zo ook op de touw- en nettenzolder waar de pittige geur van geoliede manilla en getaand hennep het verleden doen herleven van de zeilende visvaart. We hebben geluk met het goede weer. Smalle paden door mossen en over rotsen voeren ons naar mooie vergezichten op het eiland, langs de twee kleine begraafplaatsen en de resten van een tragische crash van een watervliegtuig. Er staat een koude wind dus fleece, windjack en muts komen van pas. Tussendoor schuiven we aan tafel voor ontbijt, lunch en diner. Onze jonge tafelpartners komen uit Newfoundland en hebben vrienden in Mary's Harbour. Het leven op Labrador is niet makkelijk. Zeker niet omdat zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie alle producten gemaakt van zeehondenbont hebben verboden. Dit terwijl de zeehond hier een plaag schijnt te zijn, omdat ze met duizenden de vis opeten. Revanche voor de moordpartijen uit het verleden? Men probeert andere producten van zeehondenvlees en de huiden te maken. Een schril contrast met de 'knuffelzeehonden' in Pieterburen! Maar ja, wat is het verschil met de duizenden dieren in onze bio-industrie? De straffe wind giert om het huis en wij zitten bij de houtkachel in de kleine woonkamer; een halve maan werpt een schaars licht op de rotsen en de oceaan.

Tijdens ontbijt, lunch en diner worden we verwend met veelal lokale (vis)gerechten. De bessen (bake-apple is hier favoriet) maken de gerechten af. We leren veel aan tafel over de regio omdat er ook mensen uit Happy Valley - Goose Bay aanschuiven (zo'n 450 km naar het Noorden). Ze komen voor een weekend naar Battle Harbour waar accommodatie voor alle prijsklassen is. Een klein cruiseschip van National Geographic doet het eiland met zodiacs aan. Een paar uur lang lopen de (oudere) onderzoekers over het eiland o.a met een gids. Wij wandelen, zitten in de gezellige lounge met haardvuur en werken aan het verslag. 's Avonds zien we de eerste geluidsfilm (1930) die t.b.v. fondswerving is gemaakt door Dr Grenville, een arts die langs kusten van Newfoundland en Labrador medische posten heeft opgericht. De film die met een, in onze tijd wat lachwekkend, romantisch sausje is overgoten, blijkt fascinerend omdat op het ijs de barre werkomstandigheden van de zeehondenjagers is gefilmd. Eerst het schip keer op keer loshakken of met dynamiet het ijs breken om bij zeehonden te komen. Dan van schots tot schots springen om zo dichtbij te komen dat ze geschoten konden worden. Daarna met huiden en vet over de schotsen terug naar het schip. In onze tijd een lugubere bezigheid, maar toen een middel voor de vissers om wat bij te verdienen zonder aan de groothandelaren te moeten afdragen.
In de vroege ochtend van ons vertrek hult een witte zeemist de nederzetting in een deken. De regen lost de mist op en zo varen we terug naar Mary's Harbour. Het wordt droog en we hiken naar een kleine waterval. Nieuwsgierige patrijsachtige vogels vergezellen ons en de paddenstoelen doen al aan de herfst denken. We laven ons aan koffie en lunch in de enige koffietent die we tot nu toe op Labrador zijn tegengekomen: Het Caribou Café. Dan terug naar Port Hope Simpson voor een relaxte middag. De aardige en typisch-relaxte eigenaresse blijkt zowel de balie als de was en de keuken te bemensen.

De regen klettert en de wolken hangen laag als we naar het zuiden terug rijden. We rijden de wolken uit en genieten van het uitzicht vanaf Point Amour Lighthouse. De meeste oceaanstomers kwamen hier voorbij vanwege de 200 mijl kortere weg door de Strait of Belle Isle. Voor ons diner wilden we liever geen diepgevroren vis en zo haalden we bij de Union Shrimp Company (vandaag kabeljauwdag) in L'Anse Amour een pond vis (bleek veel meer te zijn voor € 5). Bijna niemand rijdt voorbij Blanc Sablon omdat de weg na 50 km ophoudt. Maar op advies van de herbergier van de Auberge Quatre Saisons rijden we door: een prachtig landschap met een spectaculaire waterval! In de vertrouwde cabin diner met de verse vis en vroeg slapen. Om 9 uur staan we keurig een uur tevoren in de wachtrij voor de ferry terug naar St Barbe. Deze keer windkracht 7 in de lengterichting van de zeestraat van het mooie eiland, met hoge golven. Nauwelijks voor te stellen dat van februari t/m april de straat één massa van ijsschotsen is. Aan de overkant valt de 'drukte' op. We komen van Labrador met 30.000 inwoners en gaan weer naar Newfoundland (ruim 2.5 keer Nederland) waar 500.000 mensen wonen.

We gaan Noordwaarts en staan oog in oog met de overblijfselen van honderden miljoenenjaren oude levensvormen op de aarde: Thrombolieten. Zo leer je nog wat bij! Even een korte stop bij een piepklein haventje met dito vissersbootjes. De vogels scharrelen rond. Bijleren is ook het geval als we in de Unesco-site terug gaan naar het jaar 1000. De Noren (Vikingen waren veroveraars) kwamen via IJsland, Groenland en de kust van Labrador aan op dit Noordelijkste puntje van Newfoundland. In het landschap is de nederzetting duidelijk te zien, maar deze komt tot leven door de nagebouwde luxe plaggenhutten waar ook nog enkele stoere figuranten bijdragen aan het voorstellingsvermogen. Na een eerbetoon bij het massieve beeld van Leif Eriksson rijden we naar St Anthony voor de nacht. Het kleine vuurtorentje heeft vele ijsbergen voorbij zien drijven. Wij krijgen nogmaals de bevestiging dat het seizoen voor dit fenomeen echt voorbij is. Door het binnenland rijden we terug naar de westkust (Port Saunders). Op de weg van niets naar niets trekt het leven, zij het wat hobbelig, voorbij: de houtvoorraden voor de barre winter en de stapels krab- en kreeftvallen. Het weer verslechtert en het terras van de geriefelijke cabin blijft onbenut. Bij een grotere scheepswerf kunnen we ons niet bedwingen: lekkere patat bij een heuse frietkar. Door een kort gesprekje krijgen we meer inzicht in de visserij. Natuurlijk klaagt iedereen steen en been. Voor sommige soorten zoals Heilbot is de prijs te laag en op kabeljauw mag in Newfoundland niet worden gevist, maar op Labrador wel. Terwijl er volgens de vissers nog nooit zoveel kabeljauw in hun water heeft gezwommen. Kreeftvissers beleven gouden tijden. Ze krijgen 6 dollar (€ 4) en vangen zoveel dat ze in het seizoen van ongeveer zes weken 140.000 dollar verdienden. Onderweg naar de volgende vuurtoren komen we ze eindelijk tegen: Caribou's! Een weelderige vos kijkt tevreden in de avondzon.

Regen met bakken uit de lucht en sterk aantrekkende wind is geen pretje als we honderden kilometers langs de kust moeten rijden. Het levert spectaculaire beelden op. Zo zien we deze keer de 'Arches' in hoge golven en schuim. Verderop komen we in het Grosmorne Park bij het boeiende bezoekerscentrum van de 'Table Lands'. Hier is bewijs gevonden voor de theorie dat de continenten een geheel zijn geweest. Het is een van de weinige plaatsen op aarde (zo niet de enige) waar de oorspronkelijke aardkorst zichtbaar is. De oude oceaanbodem is een klein stukje over het Amerikaanse continent opgeschoven en daarna geërodeerd. Na weer een kleine twee uur rijden blijkt ons kleine motel in Stephenville op een voormalige militaire vliegbasis te liggen. Het was de officiersmess waar een straaljager blikvanger is. Hier werden vliegtuigen bijgetankt en binnen hangen fraaie foto's van de generatie propellervliegtuigen. Voor het agrarische en wat Frans georiënteerde plaatsje (een deel van het Franse Arcadie) was het vrij ontwrichtend: een invasie van Amerikanen en anderen die in 1941 op de basis kwamen werken en in 1966 weer vertrokken. In een ander gebouw huist een hotel waar we onverwacht geweldig eten met veel groenten!

Vroeg op voor de rit van twee uur naar de ferry vanuit Port-aux-Basques. De wind is weg, het water glooit nog wat na van de wind van gisteren. We varen weer terug naar onze startplek: Nova Scotia.

Reizigersgroet,
Koen en Wim.

Van Newfoundland via Quebec naar Labrador

Hallo allemaal,

Hier het vervolg van onze reisimpressies. Deze reis voert dieper Newfoundland in waarna we de oversteek naar Quebec/Labrador maken.

Bonavista heeft meer in petto. De op vier na oudste vuurtoren van Newfoundland is een beauty en viert feest: internationale vuurtorendag. In perspectief: in 1833 was er één vuurtoren, in 1890 kon op 44 torens langs de 6000 mijl aan kustlijn worden genavigeerd. De familie van de vuurtorenwachter beschikte over een voor die tijd comfortabele woning. Naast een beschutte haven, die in 1497 als eerste Europeaan door de Venetiaan Giovanni Caboto (beter bekend als John Cabot) werd ontdekt, is de kust grillig en imposant.

De Ryan familie zat in handel en vis. De vissersbond in Port Union moest o.a. met deze familie in Bonavista onderhandelen. Het bedrijf heeft tot 1960 bestaan en de houten gebouwen en het elegante woonhuis zijn gerestaureerd en stralen de rijkdom uit. Binnen wordt uitgelegd waarom er zoveel vis rondom Newfoundland zit. Dat komt voornamelijk door een combinatie van drie zeestromingen. De zeehondenjacht was eerst een lucratieve bijverdienste van de vissers, maar groeide al snel uit tot een geïndustrialiseerde moordmachine met enorme schepen. Het was gevaarlijk werk, omdat de schepen door het ijs moesten manoeuvreren en men vaak van schots tot schots moest springen. Onderweg naar onze volgende pleisterplaats Gambo rijden we door het Terra Nova park. Opvallend in dit deel van Newfoundland zijn de grote zwerfkeien die door gletsjers zijn meegevoerd.

's Avonds in het dorp Gambo eten we kabeljauw met kabeljauwwangetjes (een delicatesse). De eigenaar van de 'Freshwater Inn' suggereert een bezoek aan 'living history' in het vissersdorp Newtown. Dat blijkt de volgende dag erg interessant. Het huis uit 1873 en bedrijfsgebouwen van de rijke handelsfamilie Barbour zijn geschonken aan de provincie en toegankelijk met een rondleiding. Het is een fascinerende inkijk in puissante rijkdom in vergelijking met de arme bevolking. Ook dit huis had vele kruisen door verdrinkingen op zee of Lester Barbour die sneuvelde in WO I. Zijn generatie, die voor Koning en vaderland ging vechten, is dood of getroebleerd. Kapitein Job Barbour belandde in de winter van 1929/30 met zijn schip de 'Neptune II' in een orkaan boven Newfoundland, wist zijn zwaar gehavende schip drijvende te houden en raakte zo gedesoriënteerd dat hij stomverwonderd na 44 dagen in Schotland uitkwam.

Newtown wordt niet voor niets het Venetië van Newfoundland genoemd. Het ligt prachtig op de verschillende eilandjes. Het had niet veel gescheeld of de Barbour familie was het Beothuk volk nog tegengekomen. Deze indianenstam zakte van Labrador af naar Newfoundland. In de 16e en 17e eeuw vermeden zij contact met de seizoensvissers uit Europa. Wel gingen zij in de winter op zoek naar achtergelaten ijzerwaren waar ze voor hen nieuwe hulpmiddelen van maakten. In 1981 ontdekte men overblijfselen van deze stam hiertoe aangezet door volksverhalen over de 'indianenrivier' (zoetwatervoorziening van de indianen). Het volk is o.a. door latere schermutselingen met Engelsen en ziekten in 1830 uitgestorven, maar komt door het museum tot leven. Mooi is de uitnodiging om uit respect in de 'spiritgarden' een offerande op te hangen. We rijden het Twillingate schiereiland op en zitten na enige tijd aan de vismaaltijd op ons terras. De haven van Twilingate wordt bediend door een fraaie vuurtoren. Het vergezicht in de vroege ochtend vanaf de top waarop dit baken staat, maakt duidelijk waarom het zo belangrijk was om deze navigatiehulp te installeren.

Onderweg naar Springdale valt weer op dat de inclusieve maatschappij in Canada hoog in het vaandel staat. De regenboogkleuren zijn vaak te zien in het straatbeeld. We zijn een paddenstoel- en vogelfoto rijker na een korte hike en kijken daarna een Atlantische zalm in de ogen die er net duizenden kilometers op heeft zitten. Een kleine volg antenne bungelt onder het lijf. Hij kan hier komen door de vele visladders die de afgelopen jaren zijn gebouwd om langs de waterkrachtwerken te kunnen zwemmen. De hoeveelheid zalm in de rivier is daarna spectaculair gestegen. Een bejaarde 'ranger-dame' legt uit dat de Atlantische zalm i.t.t. de Pacific zalm niet sterft na de eerste voortplanting. Ze kunnen het heen en weer zwemmen jaren volhouden!

Springdale ligt in de oksel van de diepe Halls Bay. Onze 'cottage' staat op een kleine landtong met een vogeleilandje er voor. Binnen is alles zo geperfectioneerd en gelabeld dat we er wat lacherig van worden. Wij zijn meer van de comfortabele blokhut. Om Koen zijn nachtrust te gunnen gaan we op zoek naar de ijsberg die hij op 'Icebergfinder' heeft gezien. Diep in niemandsland zien we het vissersbestaan: een hut voor de spullen, de kooien voor kreeft en krab staan buiten en een klein woonhuisje met een berg hout voor de winter. Hoe we ook staren, de ijsberg zien we niet.

Op de Trans-Canadian Highway kunnen we een paar uur meters maken naar het Gros Morne National Park. Meteen zien we de indrukwekkende steile bergketens. De parkenpas komt weer van pas. We lopen vanaf de weg een paar kilometer naar de Western Brook Pond waar we een rondvaart langs de indrukwekkende hellingen maken. Nu een Pond, vroeger een Fjord. Het dichtslibben van de zee-opening en zeespiegeldaling hebben de zoute fjord in duizenden jaren in een zoet meer veranderd. Bijkomen in onze blokhut (jawel!) in Rocky Harbour en we zien de vuurtoren in het avondlicht.

Vroeg dag voor de lange rit naar St Barbe voor de afvaart van de ferry naar Blanc Sablon in Quebec. We drinken koffie uit de dagelijkse thermoskan met uitzicht op mooi door de zee uitgesleten rotsbogen. Na een kleine omweg lezen we bij haar oorspronkelijke huis het levensverhaal van Myra Grimsley Bennet. Stel je voor: je verwezenlijkte je droom om gediplomeerd verpleegkundige te worden en besluit dan in 1921 de meest afgelegen medische hulppost op Newfoundland op te zetten. Door barre omstandigheden bereisde ze Noordwest Newfoundland om haar patiënten te helpen. Soms nam ze behoeftige mensen in huis naast haar eigen man en kinderen. Petje af en mooi dat deze pioniers levend worden gehouden en mooi dat ze in goede gezondheid 100 is geworden.

Enkele decennia geleden ontdekte men op het schiereiland van Port au Choix een jongensgraf. Begraven met het gezicht naar beneden en omgeven door mooie gebruiksartikelen. Archeologisch onderzoek wees uit dat al 4500 jaar sprake was van menselijke bewoning met vier culturen. Het Maritime Archaic volk was het thuis van de jongen. Het volk kwam van Labrador, vermoedelijk toen daar de ijstijd het leven onmogelijk maakte. Qua leven en behuizing vormt dit volk een voorloper van de eerder beschreven Beothuk.
De routeplanner wijst de kortste weg. Na een stukje verharde weg wordt het gravel/steenslag met grote kuilen. Veertien kilometer stuiteren en slalommen is geen pretje en we komen gelukkig nog enigszins op tijd voor de ferry. Na een kleine twee uur ontschepen we op het bescheiden aanlandingspunt Blanc Sablon in Quebec: Frans, katholiek en 1,5 uur vroeger dan Newfoundland. Wij houden die tijd aan want morgen rijden we Labrador (met de "oude tijd") binnen. Onze pleisterplaats is Auberge Quatre Saisons. In de kleine houten hal hangt een foto van de eigenaren als trots echtpaar. Alles open, niemand te zien. Dan herkent Wim een oude dame. De vergelijking met de foto is frappant, maar er zit wel 50 jaar tussen. Haar zoon maakt ons wegwijs in de 'zelfservice keuken' en wijst de weg naar het comfortabele chalet. Zijn moeder is 87.

Na het zelfservice ontbijt op weg naar Port Hope Simpson. Een oud kerkje herbergt de Labrador tourist information. Een aardige jongen vertelt dat de wegconditie goed is en dat we zeker naar de hoogste vuurtoren moeten gaan. Op de heenweg (we komen weer terug in Blanc Sablon) dompelen we ons onder in de geschiedenis van de Baskische walvisvaarders. In de 16e en 17 eeuw waren het seizoenarbeiders uit wat nu Frans en Spaans Baskenland is. De duizenden afgeslachte walvissen voorzagen een groot deel van Europa van lampolie en de baleinen werden o.a. voor hengels en de smalle damestailles gebruikt. Na een reis werd de opbrengst verdeeld tussen de scheepseigenaar, de oliehandelaar en de bemanning. Aan het einde van de 17e eeuw waren de walvissen op en het beetje gedroogde kabeljauw was onvoldoende voor een winstgevende onderneming. De Basken wilden het in het Arctische gebied proberen, maar intussen hadden o.a. de Engelsen en Nederlanders de kunst van de walvisvangst afgekeken en dat visgebied 'bezet'.

De verharde weg blijft goed, het landschap wordt woester. Eenzame vissers hebben hun houten loodsjes in de kleine baaien gevestigd. Voor Port Hope Simpson draaien we de uitstekende gravelweg naar St Lewis op. Een aantal stofwolken later staan we op het uiterste puntje van het Canadese vasteland. Onze koffie is op en we hebben trek. Koen kijkt een oude loods in en meldt dat de oude supermarkt niet meer is. Toch even de deur gevoeld en zowaar na een uitgeleefde entree volgt een supermarkt. De oude dame zit om een praatje verlegen en natuurlijk kopen we wat. De laatste grote ijsberg die binnendreef is al enkele weken geleden, helaas. Gouden tip: de 'moderne' supermarkt heeft een koffiezetapparaat. Daar laven we ons voordat we de gravelweg terug nemen. Tegen half 6 rijden we Port Hope Simpson binnen en nemen onze intrek in het Alexis hotel.

Morgen steken we over naar de oude vissersnederzetting Battle Harbour.

Reizigersgroet,
Koen en Wim.



Van de Oude naar de Nieuwe Wereld

Hallo allemaal,

Zeven jaar geleden reisden we naar Toronto om daarna per trein, auto en bootverbindingen via de eilanden van Haida Gwaii en het binnenland van West Canada in Calgary te eindigen. De reis van twee maanden die we nu maken start in Halifax en gaat via Nova Scotia, Newfoundland en Labrador langs de grillige oostkust van Canada. Daarna vliegen we naar Seattle om door het binnenland van de staten Washington en Oregon naar het Zuiden af te zakken en langs de kust terug te rijden naar Seattle. We sluiten af met een treinreis naar Chicago, waar we na een paar dagen weer huiswaarts keren.

Toronto is de meest logische aanvliegbestemming. De bonte mengeling van culturen en geloven die daar uitstapt herinnert ons aan de multiculturele belevenis van zeven jaar geleden. Evenals Amsterdam in de 17e eeuw groeide Toronto de laatste decennia exponentieel door alle migranten. Dat verloopt zonder veel problemen, hoewel we begrepen dat sommige 'autochtone' inwoners zich verloren voelen. Wij stappen daar over om met West Jet naar Halifax te vliegen. Een vrolijke stewardess met iets te slordig aangezette oogwimpers en ruige tatoeages verleidt de passagiers om 'say hi ....' naar alle crewleden te roepen. Nogal gênant en hopelijk wordt dit geen gewoonte in de luchtvaart!

Halifax blijkt een aangename stad met een verrassend verleden. Onze Jeep Grand Cherokee, fors maar goud op ruige en vaak onverharde wegen, blijft in de garage. Na de inkopen voor de salade en het ontbijt komen we weer in het mooie 'onderweg thuisgevoel'. Vanuit het appartement lopen we naar de oude Citadel. Daar ontvouwt de geschiedenis zich voor ons aan de hand de verhalen. De Fransen (maar ook Spanjaarden en Portugezen) die, gedreven door de honger naar vis in het katholieke Europa van de 16e eeuw, in de zomer op kabeljauw visten, die gedroogd in balen naar Europa werd vervoerd.

De Fransen vestigden zich in 1534 voor het eerst op Newfoundland (Terre Neuve) als vrij vredelievend volk naast de Mi'kmaq Indianen. De Engelsen daarentegen ontdekten al vroeg de grote strategische waarde van Nova Scotia (vooral Halifax) met de op één na grootste natuurlijke haven (Sydney is 1). Niet verbazingwekkend dat beide landen, al dan niet gesteund door (tijdelijke) Europese bondgenoten, elkaar afwisselden en steeds grotere verdedigingswerken bouwden. De Fransen werden eerst verdreven uit Newfoundland en later op twee piepkleine eilandjes na (Saint Pierre et Miquelon; nu overzeese gemeenschappen), uit heel het eilandenrijk.

Logisch dat de Citadel van Halifax een bewogen geschiedenis heeft. Studenten in Schotse uniformen marcheren over het exercitieterrein en vuren om 12 uur het kanon af. Via een tentoonstelling verdiepen we ons in het lot van het Mi'kmaq volk. Engelsen gingen er niet zachtzinnig mee om en na vele oorlogen en ziektes waren ze gedecimeerd. Uiteindelijk werd op 25 juni 1761 het verdrag voor 'Peace and Friendship' gesloten en de strijdbijl met veel ceremonie in Halifax begraven. Hoewel dit verdrag en de voorlopers voornamelijk van Engelse zijde vaak zijn geschonden, hebben ze in de huidige tijd grote waarde om de oude rechten van de 'First Nation' bewoners tot aan het Hooggerechtshof af te dwingen.

Indrukwekkend is de presentatie van de bijdrage van de Canadezen afkomstig van de Oostelijke Canadese eilanden aan de Europese oorlogen. Vaak werd dit gevoeld als een verplichting voor de vrijheid van de moederlanden, waaronder Nederland. Goed dat hieraan ook jaarlijks in Nederland aandacht wordt besteed.

Via de oude centrale klok van Halifax lopen we naar een winkelcentrum waar we een Canadese telefoonkaart scoren. De Bell Company heeft de beste (maar zeker niet volledige) dekking over de immense eilanden. We zakken af naar het 'waterfront' met oude pakhuizen en een mooi maritiem museum. Over de ramp met de Titanic weet iedereen natuurlijk al veel, maar hier komt het erg dichtbij. De eerste noodsignalen werden op Newfoundland opgevangen en overlevenden kwamen in Halifax en Saint John's aan land. Later lopen we langs graven van de slachtoffers op de Fairview begraafplaats.

Voor de komende 60e verjaardag van Koen slaat Wim een originele Nova Scotia rumcake in. De Firma 'Rumrunners' die de cakes bakt, is ooit ontstaan door het smokkelen (rennen met illegale rum) tijdens de drooglegging.

Voordat we na twee dagen de grote reis naar het Noorden starten doen we inkopen bij Wallmart en scoren o.a. een waterkoker, een yoga mat en twee gewichtjes om de reis handig en verantwoord te maken.

Via het Taylor Head park rijden we in een paar uur naar Sherbrooke. Daar lopen we even later in de wereld van rond 1860 inclusief figuranten die hun rol goed verstaan. Een enkel huis wordt nog gewoon bewoond, de rest is openlucht museum. De eerste vuurtoren die we zien is die van Port Bickerton. Er volgen er vele, hoewel dit maar een fractie is van de tientallen bakens, vaak ingesteld na even zovele strandingen en rampen. Even haasten om de laatste pont te halen en dan na een lange dag een comfortabele kamer en goede (vis)maaltijd in Larry's River.

De volgende lange dag brengt ons naar het schiereiland Cape Breton. Voordat we in Sydney (Nova Scotia) inschepen op de ferry naar Argentia op Newfoundland, bezoeken we eerst een volledig nagebouwde fortificatie van de Fransen: Louisbourg, gesticht in 1713 door uit Newfoundland verjaagde Fransen. Ook hier komt de geschiedenis tot leven door de inrichting van gebouwen en figuranten. Een koopman trekt een lange neus naar zijn landgenoten: een huis bouwen zoals in Frankrijk is niet praktisch; hij heeft het in hout gedaan met een centrale stenen haard en schoorsteen, waardoor het hele huis in de strenge winters behaaglijk is. De meeste huizen worden nog steeds zo warm gehouden, gezien de houtvoorraad op het erf.

Tijd om in te schepen voor de vaartocht van 16 uur. Redelijk slapen op de zachte monotone trillingen van het schip in onze comfortabele hut. Live muziek en een tekenwedstrijd voor kinderen vormen het amusement. Dan rijden we een andere wereld binnen. Op heel Nova Scotia woont een miljoen mensen, op het veel grotere Newfoundland een half miljoen. Reden om maar wat boodschappen in te slaan, je weet maar nooit. Na een kleine twee uur rijden over slecht onderhouden smalle tweebaanswegen lopen we, na een interessante uitleg door een vrouwelijke ranger, over de heuvels van het vogelreservaat St Mary's. De scherpe geur van guano vermoedt veel, maar de verbazing is groot als we ineens de heuveltoppen vol Jan van Genten en andere vogels zien. Trouwe vogels die naar dezelfde broedplaats terugkeren. Fascinerend om het drukke vogelleven van zo dichtbij te bekijken!

Een lange rit en een kort bezoek aan de volgende vuurtoren brengt ons naar Trepassey. Om 12 uur Nederlandse tijd (het is hier 4 1/2 uur vroeger) vieren we alvast Koen's 60e verjaardag. Kaarsjes op de rumcake.

Koen is een Werelderfgoed-freak, dus staan we in het bezoekerscentrum van Mistaken Point Ecological Reserve. Unieke versteende vondsten van 565 miljoen jaar geleden geven een beeld van de voorlopers van gemuteerd maritiem leven. Het is een uur heen en terug over gravel, maar de vuurtoren van Cape Race is het waard. Hier kwam het eerste noodsignaal van de Titanic binnen. Indrukwekkend is het verhaal van de marconist in dit afgelegen station die de spil was in het dirigeren van hulpschepen. In de dramatische uren hield hij contact met een goede bekende: de marconist van de Titanic, die pas ophield toen hij met het schip ten onder ging. Het is 'Koen's dag', dus maken we een boottocht vanuit Witless Bay. We zien helaas geen bultrug walvissen, maar wel duizenden vrolijke papegaaiduikers, zeekoeten en andere vogels. Daar wordt je blij van!

Via Cape Spears Lighthouse rijden we richting de hoofdstad Saint John's en belanden eerst in Petty Harbour. Een schilderachtig natuurlijk haventje waar de vissers de vangst van de dag (voornamelijk kabeljauw) schoonmaken. Een vrouw sluit aan om de vis voor haar diner in te slaan. Een moratorium en quotum op kabeljauw zorgde voor een moeilijke periode voor vissers. Ook nu is de vangst gereglementeerd, maar veel ruimer.

Saint John's blijkt een aangename verblijfplaats voor twee nachten met kleurrijke huizen en een relaxte kleinstedelijke sfeer. Museum 'The Rooms' geeft een gedegen en goed gepresenteerde inkijk in de geschiedenis van Newfoundland, de 'First Nation' bewoners en de opoffering tijdens de wereldoorlogen. Niet in heldendaden, maar in individuele verhalen beschreven, waarin het belangrijke aandeel van vrouwen de juiste plaats krijgt. Speciale aandacht heeft de afdeling over de Inuit bevolking van Noord Labrador. Een vriendin in Dresden, die conservator is van kasteel Morritzburg, werkt aan een tentoonstelling over het onwaarschijnlijke, maar echt gebeurde en tragische verhaal, dat een Inuit man in 1825 in zijn Labrador kano ter vermaak over het meertje voor het kasteel peddelde. Van een behulpzame man in het archief krijgen we wat aanknopingspunten in de Moravische gemeenschap, opgebouwd door de missionarissen die in de 19e eeuw neerstreken op Labrador. Schippers en kapiteins verfden hun huizen in hetzelfde kleurenschema als hun schepen. Handig om de verf op te maken en goed voor de herkenbaarheid bij het binnenlopen van de haven! De vuile was gedaan en heerlijke afgehaalde sheperd's pie, van moeders recept, gegeten.

Voordat we Saint John's verlaten, rijden we de heuvel op waar de signalen over naderende schepen aan de stad werden doorgegeven met vlaggencodes. In de barre winters was het overleven op 'Signal Hill'. Vanaf deze heuvel heeft Marconi in 1901 het eerste draadloze Trans-Atlantische berichtenverkeer gerealiseerd. Tenslotte ligt Saint John's het dichtste bij het Europese vasteland. Onderweg naar Dildo (naamverklaringen variëren) bezoeken we het cottage van kapitein Bob Bartlett, die voor de eerste keer met een schip veilig de Noordpool bereikte. Hij maakte 20 reizen. Het varen was hem met de paplepel ingegoten: op zijn 16e kreeg hij voor het eerst van zijn vader de verantwoordelijkheid over een schip. In Heart's Content lezen we het enerverende verhaal van de totstandkoming van de eerste Trans-Atlantische kabelverbinding. Eerdere pogingen faalden, maar Cyrus Field van de London Telegraph Company kreeg het voor elkaar. Bij toeval kon de onderneming een in een megalomaan project gebouwd schip voor passagiersvaart overnemen voor een prikje. Dit schip moest in één keer de hele kabel meenemen. Heart's Content werd uitgekozen als aanlandingsplaats omdat de langgerekte natuurlijke haven diep genoeg was voor het schip. In 1865 was het zover: Het vissersdorp kreeg het telegraafstation en veranderde in een gedeeltelijk mondaine plaats met alle voorzieningen. Vrouwen werden goed betaalde typistes om de berichten (pulsen omgezet in licht) uit te werken. Vanuit dit kantoor werden de berichten verder over de America's verspreid. Na enkele moderniseringen was het in 1965 gedaan. Gelukkig staat alles er nog zoals toen. We dineren op ons terras met uitzicht op de Dildo Baai.

De volgende dag op weg naar Bonavista. Eerst een cider-proeverij en bezoek aan de enige cider-distilleerderij van Newfoundland. Het zijn complexe smaken van kruiden en rozenblaadjes. Het dorp Trinity kan zo in een jaarkalender. Kleurrijk met prachtige doorkijken naar de haven en vuurtoren. De houten kerken zijn overal op Newfoundland aanwezig en vaak architectonische hoogstandjes. In Trinity staat de oudste. Op weg naar Bonavista is veel te beleven. Zo rijden we Port Union binnen. De enige plaats die helemaal door visser/selfmade unionleader William Coaker is opgezet. Kleine lokale musea zijn goud waard, vooral als er een lokale dame uitleg geeft, die midden in de visserijwereld staat. Zij praat honderduit en vertelt hoe William een betere prijs voor de vis bedong (vissers waren bijna lijfeigenen) en leefomstandigheden verbeterde.

Het einde van dit deel van het verslag wordt geschreven met uitzicht op de eindeloze oceaan. Koen speurt op de 'icebergfinder' naar de locatie van de ijsbergen die langs de kusten drijven die we gaan opzoeken. Ze doen er vaak jaren over om er te komen.

Reizigersgroet,
Koen en Wim.

Ons half jaar (levensloop)verlof: geen ‘wereldreis’, maar een zwerftocht door Europa

15 Jaar levensloopverlof gespaard voor een wereldreis en i.v.m. het einde van de regeling het verlof “verplicht” opnemen: Een zee van tijd, maar een wereld op slot. Nog geen twee jaar geleden nauwelijks voor te stellen. Gelukkig regelen besluiten van de EU de toegang tot de Europese landen. Dus: we gaan op ‘wereldreis’ door Europa!

Noord Nederland

We beginnen met het mooiste Europese land… Zo koersten we begin mei met de Fortuna naar het Noorden. Haarlem omarmde ons met familie en vrienden. We laafden ons aan de schilderijen van Frans Hals. In de ochtendkrieken werden we in de verlaten haven van Blocq van Kuffeler vergast op een bonte voorstelling van vliegende en duikende aalscholvers. Via het ruime sop van het Marker- en IJsselmeer ging de tocht via Zwartsluis naar de Beulaeker Wijde. Een eeuwenoud gebied met een labyrint aan plassen, vaarten en poelen. In de vroege ochtendnevel liep een ree voorbij. Op naar Friesland via Delfstrahuizen en Langweer. Onweer en regen onderweg naar ‘good old Grou’. Een zwerftocht langs Friese dorpen als Achlum, Arum en Kimswerd om Koen in Franeker zijn eerste vaccinatie te laten halen.

Na een GGD-test met de trein naar Leiden en Rotterdam voor het Songfestival. Een welkom spektakel in covid-tijd. Vanuit Grou brengt het Eagumerdiep ons naar het dorp Wargea. We wanen ons in de tijd dat de overgrootvader van Wim zijn schip hier liet bouwen. Door naar Leeuwarden. Het landschap herinnert steeds meer aan de tijd dat Leeuwarden aan zee grensde. De kronkelende Dokkumer Ee was toen een getijderivier. Een complete regenboog boven het Friese landschap sluit de dag af. We trekken door Dokkum en na het wijde woelige water van het Lauwersmeer en de sluis van Zoutkamp varen we door het Hoge Land. Eeuwenlang bracht de zee hier klei en zand. Monniken zorgden voor de afwatering. We meren af ‘in the middle of nowhere’ bj het oude sluisje van Aduarderzijl. In de vallende avond een wandeling naar het terpdorp Ezinge uit de tijd dat de zee nog vrij spel had. Richting Groningen naar de haven: Garnwerd aan zee. Zo was het eeuwenlang. De belbus, bus en trein brengt ons naar Assen voor de na-test (covid-experiment). Je moet er wat voor over hebben. We koersen echt naar zee. Na de Robbegatsluis koersen we richting Schiermonnikoog. Een kolonie lepelaars streelt de show als we het bekende eiland verkennen. Het weer is te heftig voor droogvallen, daarom koersen we weer naar Dokkum. We zakken af naar Lemmer en via het IJsselmeer en de sluis bij Lelystad varen we het nieuwe land van de Marker Wadden binnen. Een mooi (vogel)paradijs met vervreemdende stranden in het Markermeer waar we met de Vrouwe Fortuna nog overheen voeren. Na een frisse duik op het standje varen we via Durgerdam en Haarlem terug naar Oude Wetering.

Zeeuws-Vlaanderen en België

Tijdens het varen rijpt het idee om delen van Europa te verkennen. Daar zijn we nog niet ‘aan toe gekomen’. We besluiten om zoveel mogelijk per trein te reizen. Juni is relatief rustig: we wandelen in het ‘Verdronken Land van Saeftinghe’ en maken verder kennis met het oude zeegebied Zeeuws Vlaanderen. Zó vergelijkbaar met Noord Friesland, dat het niet vreemd is dat het Friese volk hier ook woonde. Oude stukken rivier herinneren nog aan de ongetemde Scheldedelta. We mogen inmiddels de grens weer over en bezoeken o.a. het prachtige Gent. Als de mussen van het dak vallen vermaken we ons later op de watertaxi vanuit Sliedrecht/Dordrecht. In de bed and breakfast komt ’s ochtend de hoefsmit langs voor de paarden van de manege. Ook de zuidoever van de Nieuwe Maas verandert snel in een hoogwaardig gebied. Industriële monumenten en het onder architectuur gebouwde dorp zijn mooie voorbeelden.

Sardinië

In juli maakt Koen een 12-daagse rondreis met vriendin Jopie over het Italiaanse eiland Sardinië. Prachtige oude steden, mooie kusten en overweldigende natuur. Tussendoor rijpt het Europese plan verder.

Duitsland

De snelle trein naar Frankfurt breng ons tot in het centrum. Vanuit het appartementje dat uitkijkt over de Main zien we fietsers, wandelaars en watersport. In de relaxte sfeer herkennen we de keuze voor Frankfurt als een van de prettigste steden om in te wonen. Op de oude wijk Sachsenhausen na is veel vernield in de Tweede Wereldoorlog. Zo niet het imposante enigszins megalomane gebouw van IG-Farben. Indrukwekkend om te kijken naar de plek waar men meewerkte aan de beste manier om Joden op industriële wijze te vernietigen. Het huisvest nu de Goethe universiteit. De sculpturen van het Liebighaus, de kunst van het Landes Museum en de wandelingen langs de Main completeren het bezoek. Vanuit Frankfurt trekken we er op uit per trein. Net als over het water staren is een uurtje ‘boemelen’ per dag heel heilzaam. Zo bezoeken we in Lorsch het klooster uit de 8e eeuw (Unesco), zwerven we door Worms en bezoeken we het Grimm Haus in Steinau. Eén van de imposante burchten staat in Marburg. Een universiteitsstadje waar je zo een jaar zou willen doorbrengen. Dineren in het bruine café Barfuss: inderdaad opvallend veel blote voeten. We lopen door de kunstenaarskolonie ‘Matildehohe’ in Darmstad en rusten een middag uit in het Jugendstil Bad. De OV-kaart brengt ons ook naar Rudesheim: wandelen met uitzicht over de Rijn, met de pont naar Bingen en terug via het mooie Mainz.

Onze tweede pleisterplaats is Neurenberg: de stad van Alfred Dürer, van de Parteigelande van de Nazi-partij en van de processen uiteengezet in een indrukwekkende tentoonstelling. Even onder de oppervlakte is de worsteling met het nabije verleden merkbaar bijvoorbeeld over een monument of cultureel centrum voor de Joodse bevolking. Ook indrukwekkend hoe democratische krachten in 1933 probeerden het tij te keren. Ook hier maken we treinuitstapjes naar Regensburg met een ‘over de top’ stadhuis en de brug over de Donau uit de 12e eeuw. We boemelen ook een dag naar Würtzburg. Het paleis van de Koning-Bisschoppen (interessante combi) troeft Regensburg af in overdaad. In het Juliusspittal zien we een boeiende combi van ziekenhuis en wijnhuis uit de 16e eeuw. Dit reisje wordt afgesloten met een romantisch bezoek aan Rothenburg ob der Tauber. Treinstakingen teisteren ons. Dan maar een dag eerder terug naar Leiden!

Frankrijk

Een paar weken rustiger aan, maar het gaat weer kriebelen. Zo reizen we half september (per auto) af naar Pont a Mousson in de Lorraine. Ochtenden starten met een contemplatieve wandeling naar de eetzaal van de Abdij. We treinen naar Metz en dwalen langs (en door) de kathedraal, het Misee du Cour d’Or en de overdekte markt; aangenaam! De andere kant op in Nancy bewonderen we het Stanislas plein en de art deco architectuur o.a.in Musee de l’Ecole de Nancy in een schitterende villa. We dwalen nog een keer door de oude Abdij en rijden dan de mooie Vogezen in. Eerst een bezoekje aan de St Nicolaas kerk, dan een lunch in de natuur bij kasteel Koeningsbourg, gerestaureerd door Wilhelm II als teken van ‘genegenheid’. De pleisterplaats in de Elzas voor een week is het wijndorp Wettolsheim, een oase van rust tussen toeristische centra. Stadjes en dorpen als Colmar (Museum Unter Linden), Kaysersberg en Eguisheim zijn even pittoresk als toeristisch. We proeven de lekkernijen van de Elzas weggespoeld met lokale wijn. Wandelend langs de muren van de vestingstad Neuf Brisach (Vauban) krijgen we weer een indruk van de bewogen geschiedenis van de Elzas. Bij mooi weer een wandeling door de wijnvelden naar Eguisheim om te eten en ’s avonds een romantische tocht bij volle maan door de velden weer terug. In het Duitse Europapark drinken we koffie in Italië, racen we in Frankrijk door de lucht en zijn de ‘Piraten van Batavia’ de Nederlandse attractie. Voor de buien schuilen we in de leuke ijs- en jaren 20 show.

Na ontvangst in het wijnhuis Aimé Stents krijgen we een koninklijke behandeling omdat we al gespot zijn in het rustige dorp. Uiteindelijk proeven we 15 wijnen en uiteraard nemen we wat mee. Als we de Vogezen verder verkennen zijn prachtige slierten wolken over de toppen gedrapeerd. Niet alleen zijn de inwoners van de Elzas heen en weer geshuttled tussen Frankrijk en Duitsland, ze zijn tegen elkaar opgezet en voerden een bloedige strijd in WO I. Het Hartmannswillerkopf monument en museum maken de waanzin van deze oorlog duidelijk. Een zinloze en eindeloze slachtpartij om een heuvel in de Vogezen. Na een wandeling door het drukke en o zo pittoreske dorpje Riquewihr zijn we weer blij als we in ‘ons’ dorp aan het laatste zelf bereide Elzas-diner zitten.

In de ochtendmist rijden we door het glooiende landschap naar Beaune in de Bourgogne. Barmhartigheid is het woord dat zich opdringt als we het schitterende Hospices de Beaune bekijken, een armenhospitaal. We doen inkopen omdat ons volgend verblijf, een stokoud boerderijtje, ver van alles ligt. Het gehucht Lignières bestaat inderdaad uit 5 boerderijen, maar ligt mooi in het glooiende landschap. Eenbaanswegen leiden naar omliggende dorpjes. Het Canal de Bourgogne, met de vele sluizen, snijdt door het glooiende landschap. Zoals altijd koken we veel zelf en ’s avonds warmt een pellet kachel de dikke muren op. De dames van de VVV in Vitteaux fleuren op door onze komst. Overladen met informatie bezoeken we het mooie middeleeuwse centrum van Flavingy sur Ozerain. Na zijn verbanning door Louis XIV ging maarschalk helemaal los op zijn Chateau de Bussy Rabutin. Hij verzamelde meer dan 300 schilderijen waarop vrienden en ‘bevriende’ dames zijn afgebeeld, allemaal geïntegreerd in de wanden. Van geheel andere orde is het verstilde cisterciënzerklooster Abbaye de Fontenay, een Unesco monument. Op andere dagen staren we in de verte vanaf de buitenplaats van de prachtige basiliek van Veselay en uiteraard ook een paar van de vele kastelen, o.a. Chateauneuf. Quiches, tarte tatin met pruimen en salades komen uit de rustieke keuken van de boerderij. De druivenoogst is in volle gang en natuurlijk proeven en kopen we wijn, o.a. bij de wijncoöperatie Nuiton-Beaunnoy. Op de laatste dag dwalen we door Dijon en bekijken we de nalatenschap van de Hertogen van Bourgondië in het museum voor Schone Kunsten. Na een hartige crêpe met cider rijden we via Vitteaux terug naar Lignières voor de ratatouille met een goede pinot noir. Een lange rit via de liefelijke Champagne en een dramatisch slechte weg in het zuiden van België brengt ons terug in Nederland.

Friesland

De paar weken wat rustiger aan waren nodig. Een kleine week zijn we in Harlingen. Wim combineert de info uit het boek ‘De Friezen’ van Flip van Doorn met herinneringen uit zijn deels Friese jeugd. Zo ontdekken we de oude stations, taluds en brughoofden van ‘Het Dokkumer Lokaeltsje’. Deze spoorlijn verbond Dokkum met Leeuwarden. Familie maakten er regelmatig gebruik van en de lijn wordt bezongen in een liedje (https://www.youtube.com/watch?v=QhFWRUBIfTU). Op Vlieland oogsten we onze eigen cranberries en fietsen langs de kaasboerderijen van Terschelling. Of het nu kwam door het wijde zeelandschap of de dalende temperaturen, maar we kregen steeds meer zin om naar het Zuiden van Europa af te zakken.

Spanje

Zo vliegen we naar Madrid en gaan per trein verder naar Valladolid, centraal gelegen tussen de oude steden in Noordwest Spanje. De comfortabele flat vlakbij het station blijkt een goede keuze. Valladolid is een rustige stad met een mooi centrum. Het Collegio de San Gregorio herbergt de mooie nationale collectie beelden. Een trein brengt ons in 1 ½ uur in Avila. Het blijkt extreem koud, maar de kathedraal en de stadsmuren en het zicht tijdens een rondrit is het beetje afzien waard. Bijkomen bij een lekkere dikke hete chocolademelk. Na een aantal heerlijke raciones terug naar “huis”. Dan lonkt Salamanca. We zijn er twee dagen. De oude kathedraal, de antieke romeinse brug en natuurlijk de roodgekleurde universiteit maken de stad bijzonder. We dolen door het Dominicaanse Convento de San Estaban en belanden in een herdenkingsdienst in de prachtige oude kruiskerk. Het klooster is ook bekend vanwege de werken van de moraaltheoloog Francisco de Vittoria, een van de grondleggers van het volkenrecht. Opwarmen tijdens een 3-gangenlunch en daarna naar een mooie collectie Art Deco. Na een rustdag treinen we naar Segovia, dat gedomineerd wordt door het enorme Romeinse aquaduct. Maar ook de kathedraal en het sprookjesachtige Alcazar zijn de moeite waard. Een goede lunch met soep en eend is nodig om warm te blijven. Gelukkig hebben we twee truien over elkaar aan. De laatste uitstap met de trein is naar Burgos. Een mooi opgezet museum van de menselijke evolutie stelt ook de ‘homo antecesso’ ten toon, die eind vorige eeuw bij Burgos werd gevonden. Na een warme lunch in de plaatselijke sociëteit bekijken we de bezienswaardige kathedraal.

Twee snelle treinen brengen ons naar Valencia voor een bezoek van een kleine week. Vanuit het appartement lopen we zo de oude visserswijk El Cananyal in, bekend van de huizen bekleed met keramiektegels. De bijzondere architectuur van Calatrava, de omgetoverde oude rivierbedding en het museum voor schone kunsten krijgen alle aandacht. Het regenachtige weer houdt ons niet tegen om via het mooie art deco Estacion del Norte naar Xatava te rijden om het kasteel, strategisch gelegen aan de antieke Via Augusta, te bekijken. In Valencia is het gelukkig 15 graden warmer en we kunnen zelfs zonnebaden op het strand. De oude zijdebeurs (Unesco) en een museum met kunstzinnige poppen voor de Fallasfeesten zijn zeer de moeite waard. De horchata (amandeldrank) met churros ook. Ruim een halve dag brengen we in het Oceanografic door en natuurlijk bekijken we ook de enorme Mercado Central.

Per ferry bleek het schier onmogelijk, dus vliegen we in een half uurtje naar Ibiza om het einde van het verlof te vieren. Daar wandelen we naar de oude stad en bekijken onderweg oude Fenicische, Punische en Romeinse graven, toevallig ontdekt omdat een ezel door de ondergrond zakte. De ommuurde oude stad (Dalt Vila) is zeer de moeite waard en met koekjes van het klooster en na een cortado wandelen we weer terug. Ditmaal per auto toeren over smalle wegen, langs weerkerken en baaien. De zon komt goed door en dus poedelen in een verlaten baai. We verlagen het tempo wat en maken een lange wandeling door het natuurgebied Ses Salines, langs de zoutwinning en de flamingo’s en drinken een cortado in Sant Josep. De feestinfrastructuur is in de binnenstad duidelijk aanwezig, maar evenzeer verlaten. We rijden naar het Noorden door het wijngebied rond Sant Mateu en langs de mooie woeste kust. Na een dag lezen, wat wandelen, pizza halen en inpakken vliegen we de 22e weer naar Nederland. Koen werkt weer vanaf 25 november. Wim nog een paar uur per week.

We genieten volop na van onze Europese reizen in deze donkere dagen. We hopen dat jij er zo ook plezier aan beleeft!



It is good to be back home!

Hallo allemaal,

Het Brooklynmuseum heeft een brede collectie kunst, historische voorwerpen en stijlkamers. In de lichte hal beelden van Rodin en de bijzondere feministische eettafel trekken de aandacht. Aan de grote driehoekige tafel van Judy Chicago is voor 39 belangrijke vrouwen gedekt, ieder in de eigen stijl. Niet alleen de feministische uiting, maar ook de geëtaleerde zeer vrouwelijke gerechten baarden in 1970 (en nu) opzien. Bijzonder is het oudste Nederlandse houten huis (het Jan Martense Schenck House uit 1676) , dat in zijn geheel in het museum staat. Een foto van eind 19e eeuw laat zien hoe landelijk het huisje toen in het grotendeels onbebouwde ‘Breukelen’ lag.

Een feestdag: Columbus Day. Toet Italian Heritage presenteert zich. Brandweermannen, de politiek, het bedrijfsleven en cheerleaders, alles met een Italiaans sausje. Op de zonnige dag vermaken kinderen zich met de radiografisch bestuurbare zeilbootjes in Central Park. Natuurlijk ontkomen we niet aan het tweede presidentiele debat, een tenenkrommende happening. Met de verkiezingen in zicht worden mensen aangespoord om zich te registreren om te kunnen stemmen.

De Orkaan Sandy liet een spoor van vernieling na in de stad New York.Tijdens een paar wandelingen langs de waterkant genieten we de mooie boulevards die de herstelprojecten hebben opgeleverd. Soms zicht op Brooklyn vanaf de Oostkant van Manhattan, soms zicht op de Hudson baai vanaf de wijk Red Hook (Nederlanders noemde het Rode Hoek) in Brooklyn. Deze wat verpauperde wijk kreeg een impuls door de komst van een grote Ikea-vestiging (uitstapjes!) en renovatie van pakhuizen. De enorme Queen Mary II ligt afgemeerd aan de haven die weer een heel andere blik op Manhattan geeft. We lopen door het Tompkin Park en de oude ‘hippiewijk’ East Village. Braakliggende percelen zijn, met hulp van de stad, omgetoverd tot mooie tuinen met bijbehorende versieringen op de hekken. Hip, mooi, maar onder de parasol is de slaapplaats van een dakloze.

Ook dichter bij huis blijft genoeg te zien. Natuurlijk doen we onze boodschappen in de ‘buurtsupermarkt’, de Brooklyn Fare, inderdaad om de hoek. Waar we vaak afdalen naar de metro ligt het Stonewall monument. In 1969 was de homogemeenschap de regelmatige invallen van de politie zo zat dat politie werd verdreven met alles wat los en vast zat. De actie wordt gezien als de start van de homo-emancipatie in de Verenigde Staten en werd ook in andere landen aangegrepen voor actie. Ondanks (of dankzij?) de bonte etnische mix gecombineerd met focus op fundamentele rechten kan iedereen zich veilig voelen. Met Greg wandelen we langs een aantal kunstgaleries in de wijk SoHo en eten we bij een Italiaan vlak bij huis.

Nog een keer onbijt op ‘onze pier’, een bezoekje aan het Washington Square Park. Muzikanten spelen, een levend beeld schminkt zich in het park. Dineren bij ondergaande zon op het puntje van Manhattan. Weer een ander zicht op het vrijheidsbeeld.

En dan: inpakken en schoonmaken. We krijgen een rondleiding door het gebouw van de Verenigde Naties waar de geschenken uit alle windstreken blijven boeien, o.a. het gebrandschilderde raam van Chagall en één van de wanttapijten die de Rockefellers door Picasso hebben laten maken.

Traffic jam: de rit naar John F. Kennedy Airport duurt een kleine twee uur. Wij zijn gelukkig op tijd, maar onze crew niet. Na een overstap op IJsland zijn we vrijdag rond het middaguur op Schiphol. Koens ouders halen ons op van het station. Uitpakken en inkopen doen voor het omvaren van ons schip op zaterdag. Nederland is ook mooi, vooral vanaf het water. It is good to be back home!

Reizigersgroet,

Wim en Koen

Life in The Big Apple

Hallo allemaal,

Hier het vervolg van onze reisimpressies.

Vroeger en nu drukt het water een belangrijke stempel op New York. Door de strategische ligging en de mix van rotskust en vruchtbaar achterland vestigden Nederlanders en Engelsen zich. De grootste haven aan de oostkust van de Verenigde Staten is grotendeels uit de stad vertrokken. Zeeschepen hebben plaatsgemaakt voor de vele ferry’s, binnenvaartschepen en pleziervaart. De vuurtorens getuigen nog van de oude tijd. Een vaart op de watertaxi en de oversteek naar Staten Island leveren altijd nieuwe zichthoeken op de stad en het vrijheidsbeeld op. Vervallen pakhuizen en pieren maken steeds meer plaats voor een wandelgebied. In de ochtend steken we de drukke straat over en nuttigen we het ‘haverontbijt’ op de pier met zicht over de Hudson en ‘Downtown Manhattan’.

Op Staten Island maakt de metro vele stops langs dorpen als ‘New Dorp’, Nassau en Huguenot. Het eiland van vissers en boeren is het nu vooral slaapeiland. Op het zuidelijke puntje krijgen we uitleg over de mislukte poging van John Adams en Benjamin Franklin om in 1776 de vrijheidsoorlog met de Engelsen te beëindigen. Het Conference House wordt gekoesterd en is gerestaureerd met uit Nederland geïmporteerde speciale originele bakstenen.

De smeltkroes van culturen is de voedingsbodem voor vele theatervoorstellingen. We zien Helder Guimaraes, een fantastische illusionist. Hoe kom je op de pincode van de telefoon van volstrekt vreemden? Met een deel van de Ierse gemeenschap kijken we naar komisch/ontroerend autobiografisch toneelstuk ‘How to Keep an Alien’. Met haar onnavolgbare oogopslag illustreert Sonya Kelly (auteur en speler) de moeilijke weg om haar vriendin uit Australië over te laten komen naar Ierland.

Kort in de rij in de ochtend en ’s avonds naar de musical ‘Beatiful’, het verhaal van Carole King. Eerst meer dan dienstig voor andere artiesten (Locomotion, Take good care of my baby, It might as well rain untill September) werd ze legendarisch door haar solocarrière. Na een bezoek aan het filmmuseum in Queens maken we in de regen het openlucht FOLD (Freak Out Let’s Dance) Festival mee dat Nile Rogers in het Forest Hill Stadion organiseert (waar The Beatles en de Stones lang geleden optraden). Na CHIC steelt Bette Midler op onnavolgbare wijze de show (o.a. Wind beneath my Wings, Route 66). Earth, Wind and Fire sluiten de avond af.

Voor de lijst op de middelbare school gelezen door Wim: ‘A Taste of Honey’, een debuut van de 19-jarige Shelagh Delaney dat in 1959 insloeg als een bom. Verwaarloosd door haar moeder krijgt een jong meisje een kind van een zwarte matroos. Een homovriend wil de vaderrol spelen. Fantastisch gespeeld in een simpel decor. Toevallig weer een homothema.

We hebben een leuke borrel thuis met twee collega’s van Wim die werken op de permanente vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties. Op uitnodiging luisteren we in de Nederlandse Club naar een gepassioneerde uitleg door Paul Lightfoot en twee dansers over de komende voorstellingen van het Nederlands Danstheater in New York.

Als noodzakelijk vervoermiddel is de metro ook een sociale ontmoetingsplaats. Jongen stapt in en maakt aardige opmerkingen over rode damesschoenen. Een warm gesprek volgt. Start van een vurige romance? Nee, jongen neemt afscheid, is onderweg naar zijn vriendin. Even verderop kijkt een meisje wat angstig opzij: een wat doorleefde man dreigt haar schouder als hoofdkussen te gaan gebruiken. Misschien als reactie op pogingen in enkele zuidelijke staten maakt New York duidelijk dat mensen hun seksuele identiteit zelf bepalen en kiezen welke WC ze willen gebruiken. Lijkt volstrekt logisch, maar dit is de VS.

Heerlijk om af en toe te ontsnappen aan de prikkelende drukte. Zo reizen we naar het randje van de wijk De Bronx, waar het huis van Adriaan van Cortland een landmark is. Een deel van zijn plantage is nu park. Een andere oase zijn de ‘Cloisters’, kerkelijke kunst en gebouwen uit de middeleeuwen. Natuurlijk bekijken we ook een deel van het moedermuseum van moderne kunst. Met de zon strak aan de hemel staan we in de ochtend na 45 minuten op een lang stil strand aan de Atlantische Oceaan. In een mooi gedenkparkje voor 9/11 staat een jongetje in ‘firefighter’ pak bij het firefighter monumentje. Er vliegen prachtige vlinders.

De ‘Walking City’ doen we eer aan. Op een zondag lunchen we in de wijk Williamsburg in Brooklyn. Een hippe wijk in opkomst waar veel lokale kunstenaars hun werk aanbieden. Als we doorwandelen komen we in de wijk Greenpoint. In dit ‘klein Polen’ koffie met gebak tussen de Poolse vlaggen. Greenpoint is ook in opkomst, maar de klap van het vertrek van de scheepsbouw nog niet te boven. Met de watertaxi zakken we af naar Dumbo, een klein levendig wijkje onder de Brooklyn Bridge. Veel gezelliheid: sport in het park, families flaneren, bruiden worden gefotografeerd rondom de gerestaureerde carrousel. Een mooie wandeling door een deel van Harlem met Michael. De immense kathedraal van St John wordt o.a. opgesierd door een drieluik van Keith Haring en frivole mannetjes. Op duidelijke lidtekens na heeft Harlem de tijd van verpaupering en criminaliteit grotendeels achter zich gelaten. Soms prachtig gerestaureerd, soms dichtgetimmerd: de herenhuizen van begin twintigste eeuw. De Strivers Row: herenhuizen in gele baksteen met de ruimte voor het koetshuis achter.

Gelukkig kunnen we nog een paar dagen genieten van deze dynamische metropool. Nu eerst het tweede verkiezingsdebat. We zijn wel ‘verplicht’ er naar te kijken.

Reizigersgroet,

Wim en Koen